biografie

 

 

Mariëtte van Erp werd in 1953 geboren in Gemert. Ze is de eerste dochter uit een katholiek gezin van tien kinderen. Haar vader was fruitteler. Al het vertrouwde en intieme in haar jeugd was dierbaar en iedere aanslag erop verontrustte haar: dat er jaarlijks een varken werd geslacht, kippen de kop werd afgehakt, konijnen met kerstmis gestroopt aan de deur hingen. Het was in de boerenomgeving allemaal doodnormaal.

Voor Mariëtte van Erp was dat niet zo. Vanaf heel jonge leeftijd verzette zich daartegen. Het liefst was ze buiten en als het weer dat niet toeliet, liep ze de schuur in. Op de vraag van haar moeder ‘Wat ga je daar toch doen?’ zei ze altijd: ‘Iets maken.’ Op een boerderij wordt niets weggegooid en van de spullen die ze in de schuur vond maakte ze eigenzinnige dingen. Ze vond er een legerkist die ze in gebruik nam als schilderkist.

Vanaf haar zevende zat ze al vaak buiten te tekenen en te schilderen, regelmatig wanhopig als het niet lukte om uit te drukken wat ze beleefde in het landschap. Ze vond een kompaan in haar Heeroom, pater Samuel, rector van Huize Padua – een psychiatrische inrichting in de buurgemeente Boekel. Hij schilderde kruiswegstaties en schilderde werken van Ingres, Rubens en Ruisdael na. Het nageschilderde landschap met molen van Jacob van Ruisdael hing bij haar thuis in de kamer. Pater Samuel maakte zijn eigen verf en hij schreef gedichten over de Heilige Franciscus. Buiten in de kloostertuin praatte hij met de dieren hoewel hij doof was. Hij stierf toen Mariëtte negen was maar ze had zich voorgesteld hoe hij zijn schilderijen maakte en gedacht: ‘Dat kan ik ook.’ Ze had geweten hoe hij het deed.

Na een moeizame middelbare schooltijd ging ze op haar 18de het huis uit, maar kon haar draai niet gauw vinden. Met de nodige omwegen ontdekte ze dat ze het gelukkigst was als ze buiten kon tekenen. Op haar 24ste ging ze naar de avondopleiding Schilderen en Grafiek aan de Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven, waar ze in 1982 afstudeerde. Ze presenteerde haar eindexamenwerk in het Krabbedanscafé in Eindhoven waar ze opgemerkt werd door Krabbedansdirecteur Salco Tromp Meesters die haar onder zijn hoede nam.

Hij introduceerde haar in de kunstwereld en bezorgde haar een stage bij het grafisch centrum in Arnhem waar ze ook ging wonen. Ze leerde daar Klaas Gubbels kennen en was getroffen door de stoere eenvoud van diens werk. Ook maakte ze er kennis met Hendrik Valk (1897-1986) die aan het eind van zijn leven de ontdekking deed dat hij zijn manier van werken kon optimaliseren in achter-glas-schilderingen. Het was een techniek die zij ook uitprobeerde.

In 1984 meldde ze zich aan bij de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Ze werkte er onder begeleiding van professor Ger Lataster die haar talent waardeerde. Vanaf die tijd is Mariëtte van Erp actief als professioneel kunstenaar.

Gemert is het fundament onder haar leven en kunstenaarschap. Sinds 1987 heeft ze een atelier in de oude nonnenschool van het klooster Nazareth waar ze zelf op school zat. Dat atelier is een kunstenaarsuniversum en als zodanig een metafoor voor haar bestaan. Ze kijkt uit op de kloostertuinen die ze in de winter bijna jaarlijks tekent en schildert. Als ze niet naar buiten kan om op en in het omringende land te zijn, kan ze vanuit haar atelier de tuinen zien en tekenen. De omgeving van het klooster valt mét het licht bij haar naar binnen. Het atelier is afzonderingsplek en uitvalsbasis tegelijk.